Infinitief stare
Tegenwoordig deelwoord stante
Gerundium stando
Voltooid deelwoord stato

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

iosto
tustai
lui; leista
noistiamo
voistate
lorostanno

Onvoltooid verleden tijd

iostavo
tustavi
lui; leistava
noistavamo
voistavate
lorostavano

Passato remoto

iostetti
tustesti
lui; leistette
noistemmo
voisteste
lorostettero

Toekomende tijd

iosterò
tusterai
lui; leisterà
noisteremo
voisterete
lorosteranno

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

iostia
tustia
lui; leistia
noistiamo
voistiate
lorostiano

Onvoltooid verleden tijd

iostessi
tustessi
lui; leistesse
noistessimo
voisteste
lorostessero

Voorwaardelijke wijs

iosterei
tusteresti
lui; leisterebbe
noisteremmo
voistereste
lorosterebbero

Gebiedende wijs

(tu)sta, stai
(lui; lei)stia
(noi)stiamo
(voi)state
(loro)stiano

Legenda: infinitief, regelmatig, regelmatig met uitspraakcorrectie, onregelmatig

Vertalingen

Catalaans estar
Duits sein; sich befinden
Engels to be; to be situated
Spaans estar
Frans être
Nederlands zich bevinden; zijn
Portugees estar