Qualunque cosa io dica, non mi crede.

Infinitief dire
Tegenwoordig deelwoord dicente
Gerundium dicendo
Voltooid deelwoord detto

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

iodico
tudici
lui; leidice
noidiciamo
voidite
lorodicono

Onvoltooid verleden tijd

iodicevo
tudicevi
lui; leidiceva
noidicevamo
voidicevate
lorodicevano

Passato remoto

iodissi
tudicesti
lui; leidisse
noidicemmo
voidiceste
lorodissero

Toekomende tijd

iodirò
tudirai
lui; leidirà
noidiremo
voidirete
lorodiranno

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

iodica
tudica
lui; leidica
noidiciamo
voidiciate
lorodicano

Onvoltooid verleden tijd

iodicessi
tudicessi
lui; leidicesse
noidicessimo
voidiceste
lorodicessero

Voorwaardelijke wijs

iodirei
tudiresti
lui; leidirebbe
noidiremmo
voidireste
lorodirebbero

Gebiedende wijs

(tu)di'
(lui; lei)dica
(noi)diciamo
(voi)dite
(loro)dicano

Legenda: infinitief, regelmatig, regelmatig met uitspraakcorrectie, onregelmatig

Vertalingen

Catalaans dir
Duits sagen
Engels to say; to tell
Spaans decir
Frans dire
Nederlands spreken; vertellen; zeggen
Portugees dizer